De ethiek van wat je niet ziet
Wat de ondergrond ons leert over verantwoordelijkheid
Er zijn zinnen die niet overtuigen, maar verschuiven. Ze leggen niets uit en winnen geen debat — ze veranderen het vertrekpunt.
- Aansprakelijkheid volgt zorgvuldigheid, niet hiërarchie
- Complexiteit zit niet in techniek, maar in stapeling van belangen, tijd en ruimte
Het zijn geen slogans. Het zijn waarnemingen. En ze vragen niet om instemming, maar om aandacht. Ze gaan over meer dan kabels en leidingen.
Wat we niet zien, ontslaat ons niet van verantwoordelijkheid. Integendeel. Onder de grond is niets neutraal. Daar liggen keuzes uit het verleden naast plannen voor de toekomst. Besluiten die ooit logisch waren, raken verknoopt met verlangens die pas later zijn ontstaan. En precies daar - buiten zicht, buiten spektakel - wordt ethiek concreet.
Wie is hier eigenlijk verantwoordelijk? Onder de grond lopen geen ranglijsten. Geen directeuren, geen wethouders, geen CEO’s. Er lopen leidingen. Kabels. Buisleidingen. Sommige jong, sommige oud. Sommige vitaal, sommige op sterven na dood. En telkens weer komt de vraag boven - meestal pas als het misgaat: Wie had hier eigenlijk moeten opletten? Het verrassende antwoord is: niet ‘degene bovenin’, niet ‘de grootste partij’, niet ‘de overheid’. Maar: degene die op dat moment iets te doen had — en het niet zorgvuldig genoeg deed.
De aannemer die dacht: het zal hier wel lopen. De netbeheerder die wist dat de tekening ‘ongeveer’ klopte. De gemeente die coördineerde, maar niet regisseerde. Niemand is automatisch schuldig. Maar niemand kan zich verschuilen. Dat is ongemakkelijk. En tegelijk buitengewoon volwassen.
Zorgvuldigheid is geen gevoel en ook geen morele kwaliteit. Het is geen ‘ik bedoelde het goed’. Zorgvuldigheid is: weten wat jouw rol is, weten wat je wél en niet weet en handelen alsof jouw stap ertoe doet. Niet omdat jij de baas bent. Maar omdat jij er staat. Onder de grond werkt hiërarchie slecht. De leiding trekt zich er niets van aan.
‘Maar het is toch gewoon technisch ingewikkeld?’ dat zeggen we vaak. En het klinkt geruststellend. Want techniek kun je uitbesteden. Complexiteit niet. De leiding zélf is zelden het probleem. Die doet meestal precies wat hij al decennia doet: vervoeren, geleiden, dragen. De moeilijkheid zit erboven — bij ons. Bij belangen die elkaar niet kennen maar wel kruisen.Bij agenda’s die niet samenvallen. Bij projecten die net niet tegelijk lopen. Bij ruimte die er fysiek simpelweg niet is. De ondergrond is geen spreadsheet. Je kunt niets inschuiven zonder iets anders te raken.
Tijd stapelt zich wat vandaag logisch lijkt, is dat morgen niet meer. Een gasleiding uit 1975 had geen warmtenet in gedachten. Een warmtenet uit 2025 houdt geen rekening met een glasvezelproject dat twee jaar eerder ‘even snel’ is aangelegd. Iedereen werkt vanuit zijn eigen tempo. De ondergrond dwingt die tempo’s samen. Dat is geen technisch probleem. Dat is een relationeel probleem.
Ruimte is niet neutraal, onder de grond is ruimte schaars. Niet symbolisch, maar letterlijk. Leidingen hebben veiligheidszones. Onderhoudsstroken. Onzichtbare buffers. Ze vragen niet om toestemming — ze nemen ruimte in. En elke nieuwe functie doet dat opnieuw. Daarmee wordt de ondergrond een plek waar keuzes zichtbaar worden. Of juist pijnlijk onzichtbaar blijven, tot het kraakt.
Misschien is de ondergrond daarom zo fascinerend. Niet vanwege de techniek — maar vanwege wat hij (of zij?) onthult. Dat verantwoordelijkheid geen piramide is. Maar een netwerk. Dat complexiteit niet ontstaat door moeilijke dingen, maar door veel begrijpelijke dingen tegelijk. En dat vertrouwen hier niet betekent: “we laten het los”, maar juist: “we nemen onze rol serieus”. Onder de grond is niemand de baas. Maar iedereen doet ertoe. En misschien is dat precies de les die boven de grond nog steeds oefening vraagt.










