Tussenruimte
Veiligheid tussen beheersing en vertrouwen
“Zwischen Reiz und Reaktion liegt ein Raum.
In diesem Raum liegt unsere Macht zur Wahl unserer Reaktion.
In unserer Reaktion liegen unsere Entwicklung und unsere Freiheit.”
Viktor E. Frankl
Er is een ruimte waar het werkelijk spannend wordt. Niet daar waar alles vastligt. En ook niet daar waar alles wordt losgelaten. Maar ertussenin.
Viktor Frankl beschreef die ruimte als het moment tussen prikkel en reactie — de plek waar keuze, ontwikkeling en vrijheid ontstaan. Die gedachte heeft me lang beziggehouden. Gaandeweg begon ik diezelfde tussenruimte te herkennen in hoe wij over veiligheid spreken. Of beter: in hoe we haar vaak mislopen.
Veiligheid verschijnt zelden aan de uitersten. Niet in volledige beheersing, en ook niet in grenzeloos vertrouwen. Zij ontstaat in de ruimte daartussen: waar structuur houvast biedt, maar niet verstikt; waar vertrouwen ruimte geeft, maar niet onthecht. Die tussenruimte is kwetsbaar, maar ook krachtig. En precies daar wordt veiligheid mogelijk. Lange tijd hebben we veiligheid vooral gezocht aan de kant van beheersing. Regels, protocollen, controlemechanismen. Begrijpelijk — onzekerheid vraagt om houvast. Maar waar beheersing het gesprek vervangt, verdwijnt verantwoordelijkheid. Mensen leren volgen in plaats van afwegen. Signaleren wordt risicomijdend, niet zorgzaam.
Aan de andere kant ligt het ideaal van vertrouwen: loslaten, ruimte geven, autonomie. Ook dat klinkt aantrekkelijk. Maar waar vertrouwen geen bedding heeft, wordt kwetsbaarheid een last in plaats van een kracht. Zonder structuur verdampt verantwoordelijkheid evenzeer. Wat mij steeds duidelijker wordt, is dat veiligheid precies dáár ontstaat waar mensen ruimte ervaren om te handelen zonder te hoeven vluchten — niet in regels, en niet in vrijblijvendheid. Veiligheid als tussenruimte. Voldoende structuur om te dragen. Voldoende vertrouwen om verantwoordelijkheid mogelijk te maken. In die ruimte durven mensen te zeggen wat ze zien. Twijfels hoeven niet te worden weggepoetst, maar mogen worden gedeeld. Risico’s worden niet ontkend, maar gedragen. Veiligheid verschijnt dan niet als belofte vooraf, maar als gevolg achteraf. Niet als resultaat van perfecte beheersing, maar van volwassen omgang met onzekerheid.
Veiligheid is een van de meest gebruikte begrippen in bestuur, beleid en organisaties. We spreken over veilige werkomgevingen, veilige processen, veilige systemen, veilige samenlevingen. Veiligheid wordt beloofd, geëist, gemeten en verantwoord. Juist door dat intensieve gebruik is het begrip diffuus geworden. Het fungeert tegelijk als norm, geruststelling en moreel anker. Het is veilig verklaard. Die formulering suggereert een toestand die bereikt en vastgehouden kan worden. In werkelijkheid verhult zij hoe relationeel, gelaagd en onzeker veiligheid in wezen is. Daarom is een herpositionering nodig. Veiligheid is geen doel op zichzelf. Zij laat zich niet afdwingen, garanderen of volledig beheersen. Veiligheid ontstaat wanneer omstandigheden zó zijn ingericht dat risico’s hanteerbaar worden, dilemma’s bespreekbaar blijven en onzekerheid niet wordt weggedrukt, maar verdragen. Veiligheid is geen vaste toestand, maar een dynamisch verschijnsel — zichtbaar in gedrag, besluitvorming en cultuur.
Wat we in veel veiligheidspraktijken zien, is geen gebrek aan zorg, maar een poging om onzekerheid uit te bannen. Incidenten hebben gevolgen. Aansprakelijkheid, publieke verantwoording en reputatierisico’s oefenen druk uit. In die context ontstaat een reflex van regels en controle. Niet uit kwade wil, maar uit angst. Deze onderlaag — vaak aangeduid als blame avoidance — is menselijk en begrijpelijk. Maar zolang zij onbesproken blijft, ondermijnt zij precies datgene wat zij zegt te beschermen.
Hier raakt veiligheid aan verantwoordelijkheid. Veiligheid als voorwaarde betekent dat mensen zich voldoende veilig moeten weten — juridisch, organisatorisch én psychologisch — om risico’s te benoemen, twijfels te uiten en afwegingen te maken. Zonder die voorwaarde verschraalt handelen tot naleving. Verantwoordelijkheid maakt plaats voor volgzaamheid. Signalen worden pas zichtbaar wanneer zij incidenten zijn geworden.
Een volwassen veiligheidsbenadering is daarom per definitie gelaagd. Zij omvat governance, wet- en regelgeving, toezicht en verantwoording. Maar zij is daartoe niet te reduceren. Even essentieel is psychologische veiligheid: de ruimte om fouten te bespreken zonder angst voor sancties, om onzekerheid te delen zonder gezichtsverlies, om morele dilemma’s open te leggen zonder dat het gesprek direct polariseert. En altijd speelt context mee. Veiligheid ziet er anders uit in een havengebied dan in de zorg, anders in een industriële keten dan in een bestuurlijk netwerk. Universele veiligheidslogica bestaat niet.
In die zin verschuift het perspectief van beheersing naar verantwoord handelen. Niet de afwezigheid van risico staat centraal, maar de volwassen omgang ermee. Niet controle als sluitstuk, maar veiligheid als voorafgaande ruimte waarin professionele oordeelsvorming mogelijk wordt. Wanneer die ruimte er is, verschijnt veiligheid niet als norm, maar als consequentie.
Veiligheid kan zo worden begrepen als indicator: een signaal dat structuren, cultuur en menselijk handelen op elkaar zijn afgestemd. Waar veiligheid voelbaar is, functioneren verantwoordelijkheid, aanspreekbaarheid en reflectie. Waar zij ontbreekt, stapelen regels zich op terwijl het gesprek verdwijnt. Veiligheid als resultaat is daarmee geen bewijs van perfecte beheersing, maar van volwassen omgang met onzekerheid.
Deze benadering maakt de ambitie tegelijk bescheiden en fundamenteel. Bescheiden, omdat zij erkent dat absolute veiligheid een illusie is. Fundamenteel, omdat zij werkt aan de condities waaronder verantwoord handelen mogelijk wordt. In een context van toenemende complexiteit is veiligheid niet langer iets wat aan het einde wordt vastgesteld, maar iets wat aan het begin wordt gecreëerd. Veiligheid ontstaat niet in controle, en ook niet in loslaten — maar in de ruimte ertussen. In die tussenruimte.










