Oświęcim
De heilige plaats die Auschwitz werd
Oświęcim is de Poolse naam van de stad die de wereld vooral kent onder haar Duitse naam: Auschwitz. Over de oorsprong van het woord bestaat geen zekerheid, maar een veelgehoorde verklaring voert terug op een oude Slavische persoonsnaam, Święt of Oświęt, die verwant zou zijn aan het Poolse święty: heilig, gewijd. In die lezing betekent Oświęcim iets als de plaats van Święt of, vrijer vertaald, de heilige plaats. Of die afleiding juist is valt niet hard te maken, maar alleen al de gedachte is bijna niet te bevatten.
Dat heeft niet alleen te maken met wat daar gebeurd is, maar ook met wat de plek laat zien over geschiedenis: hoe die een naam volledig kan overschrijven, totdat de oorspronkelijke betekenis verdwijnt onder het gewicht van wat mensen er later aan toevoegen. En toch blijft die oude laag ergens bestaan, onder alles wat eroverheen is gelegd.
Oświęcim ligt in het zuiden van Polen, in een groen en relatief vlak landschap waar rivieren samenkomen en spoorlijnen elkaar kruisen. Strategisch logisch en goed bereikbaar, geen afgelegen uithoek maar juist een plek midden in de infrastructuur. Het Stammlager en Auschwitz-Birkenau liggen enkele kilometers uit elkaar, en daartussen rijden onafgebroken bezoekersbussen heen en weer, opvallend rood-geel en bijna alledaags. Tijdens die rit verdwijnen de contouren van het kamp nooit echt uit beeld: wachttorens, hekken, bakstenen gebouwen met schuine daken, rails die het landschap doorsnijden. Het verleden ligt daar niet achter de horizon.
Wij waren te laat, een half uur. Geen groot drama, maar in Auschwitz voelt te laat komen onmiddellijk ongemakkelijk, want alles is daar georganiseerd, toen al en nu opnieuw. Bij de ingang werden we uit de rij gehaald door een medewerker die zichtbaar gewend was aan dit soort situaties. Tassen in lockers, headsets ophalen, een klein kastje waarmee je kunt intunen op de frequentie van de gids. Onze groep was al vertrokken. We liepen achter haar aan richting een schuifdeur. “Just one way out.” Achter die deur begon een lange betonnen gang, met enkel licht van boven. Geen beelden, geen uitleg, alleen stemmen die namen voorlazen. Eindeloos veel namen. Beklemmend.
Wat Auschwitz zo ontwrichtend maakt, is niet alleen de omvang van het kwaad, maar de nabijheid van het gewone leven. Dat besef drong opnieuw op bij het zien van The Zone of Interest, de film van Jonathan Glazer over Rudolf Höss (kampcommandant) en zijn gezin, die woonden in de villa direct naast het kamp. De film toont nauwelijks expliciet geweld. Je ziet een tuin, bloemen, kinderen die spelen, ‘Mutti’ die tevreden rondloopt door haar zorgvuldig opgebouwde bestaan. Op de achtergrond rook, geschreeuw, schoten, ovens, maar alles gedempt, alsof het morele besef zelf buiten beeld is geraakt. Wanneer Höss wordt overgeplaatst wil zijn vrouw Hedwig blijven; in haar verontwaardiging klinkt door dat dit toch alles is waarvan ze ooit hebben gedroomd, das ist doch alles, wovon wir je geträumt haben.
Die gedachte blijft hangen omdat ze zo menselijk klinkt. Niet demonisch, niet hysterisch, juist normaal: een droomhuis, een gezin, stabiliteit, status, een goed georganiseerde wereld. En precies daarin schuilt de ontregeling, want Auschwitz confronteert niet alleen met wreedheid, maar ook met menselijke aanpassing, met het vermogen om het onvoorstelbare buiten het eigen waarnemingsveld te houden zodra het dagelijkse leven voldoende comfort, structuur en normaliteit biedt. De bandbreedte van wat mensen bereid zijn te zien, blijkt angstaanjagend flexibel.
Overal in het museum hangen woorden van geïnterneerden. Geen grote verklaringen, geen antwoorden, eerder fragmenten van menselijkheid die tussen alles overeind zijn gebleven. Viktor Frankl tekende, in navolging van Nietzsche, een zin op die in deze omgeving een eigen lading krijgt:
“Wer einen Grund zum Leben hat, erträgt fast jedes Wie.”
In Auschwitz wordt zichtbaar dat betekenis niet hetzelfde is als geluk, controle of veiligheid. Soms is betekenis het laatste wat iemand nog bezit wanneer bijna alles is afgenomen. Wat voortdurend door mijn hoofd bleef gaan, was het woord unfassbar: niet alleen onvoorstelbaar, maar letterlijk niet vast te pakken. Want Auschwitz laat zien dat beschaving geen garantie is tegen ontmenselijking. Integendeel: juist organisatiekracht, efficiëntie, rolvastheid en orde kunnen gevaarlijk worden wanneer het morele zichtveld vernauwt.










